het gevaar van specialisatie
Tussen 1977 en 1980 was Eric Heiden alleenheerser in het schaatsen: hij won alle afstanden en de allround- en sprintkampioenschapen. Op de olympische spelen van 1980 in Lake Placid won hij zelfs goud op alle afstanden, van de 500 meter tot de 10 kilometer. In het huidige schaatsen is dit echter onmogelijk, elke schaatser heeft nog maar 1 of 2 afstanden waarop hij zich richt. Dit is ook goed te merken als je naar de allround- en sprintkampioenschappen kijkt: de winnaars worden op basis van 1 of 2 afstanden, die ze dan zeer goed beheersen, kampioen. Zelfs de meest dominante schaatser van het moment, Sven Kramer, heeft het moeilijk als hij zich op de kortere afstanden begeeft. En ook de meest diverse schaatser van het moment, Shani Davis, zei: ‘stayen en sprinten valt gewoonweg niet meer te combineren, hoe getalenteerd je ook bent.’
De huidige specialisatie leidt echter wel tot zeer snelle wereldrecords. Het doel van specialisatie is ook een verhoogd rendement, een gedachte die voort is gekomen uit het kapitalistisch denken. Het rendement zit hem echter niet alleen in snellere tijden maar ook in hogere economische beloningen en sponsor deals. Eigenlijk is het vreemd dat schaatsers minder kunnen, maar dat wat ze kunnen toch meer waard wordt. Terwijl de grote vooruitgang natuurlijk ook voor een groot deel komt door het verbeterde materiaal en de snellere ijsbanen. Dit komt doordat de commercie inspeelt op wat mensen echt intresseert, waar ze voor thuis blijven(of juist voor naar hamar gaan). De schaatsgekte in Nederland is afgelopen maanden maar weer eens naar boven gekomen. Dit maakt de schaatsport belangrijk, zowel voor de sposoren als de schaatsers, Want als een Nederlandse schaatser wint krijgt hij veel meer aanzien als dat een Nederlandse bowler wint. Door de geitenwollen trui van Mart Smeets lijkt het echter alsof de schaatsport niet is veranderd, dat is het natuurlijk wel. Nu zie je geregeld schaatsers met een zuurstof masker na een rit. Vroeger waren de schaatsers niet minder fanatiek, maar kon men gewoon niet het leven uit zichzelf rijden. Of wordt iemand die 2 keer zo lang extra zuurstof nodig heeft dan als hij geschaatst heeft nog als een gezond levend mens beschouwd? Ik denk dat de huidige druk op de sporters van sposors, coaches en sjovinistische fans een onnatuurlijke drang om te winnen voort brengt. Maar dit is economisch natuurlijk een zeer goed rendement..
